Wat gebeurt er in de meldkamer
Wanneer je dringend hulp nodig hebt kan je bellen met het alarmnummer 112. Als je dat doet krijg je via de Landelijke Meldkamer in Driebergen de meldkamer Noord–Holland aan de telefoon. Noord-Holland heeft een eigen meldkamer voor brandweer, politie en ambulance die aangesloten is op Landelijke Meldkamer Systeem (LMS).
Bij het LMS Noord-Holland werken centralisten die 24 uur per dag, 7 dagen per week, via het alarmnummer 112, hulpvragen beantwoorden. Ze sturen brandweer, politie of ambulance naar de plek waar hulp nodig is. Ook coördineren zij deze inzet. Als blijkt dat een incident groter wordt of uitgroeit tot een crisis, zorgt de meldkamer voor meer hulp.
-
Wat gebeurt er als je 112 belt? Als je 112 belt kom je eerst bij de landelijke 112 centrale in Driebergen. De 112-medewerker vraagt of je politie, brandweer of ambulancezorg nodig hebt en in welke gemeente je bent. Binnen enkele seconden word je doorverbonden met de centralist van de LMS Meldkamer in Noord-Holland. Die stelt vragen om te weten waar je precies bent en wat er aan de hand is. Het alarmnummer 1-1-2 is in principe altijd bereikbaar. Soms kan het gebeuren dat je 112 toch niet kunt bereiken. Kijk op deze informatiepagina van de rijksoverheid om te weten wat je dan kunt doen.
-
Wat doet de centralist als je 112 belt? De centralist maakt meteen de melding aan in het computersysteem. Hierdoor kan een collega al hulp sturen, terwijl jij nog aan de telefoon bent met de centralist. De centralist die je melding aanneemt, heeft zo de tijd om meer vragen aan je te stellen en een beter beeld van de situatie te krijgen. De collega stuurt tijdens het gesprek ambulance, brandweer en/of politie naar je toe en bereidt hen voor op het incident.
-
Zijn er altijd hulpdiensten in de buurt als ik 112 bel? De centralisten moeten ervoor zorgen dat hulpverleners binnen de daarvoor gestelde aanrijtijd aanwezig kunnen zijn. Als bijvoorbeeld alle ambulances van één post onderweg zijn, kan de centralist besluiten om tijdelijk een ambulance van een andere plek naar de lege post te sturen. Dit zorgt ervoor dat er altijd een vrije ambulance is voor een nieuwe melding. Door de toenemende vraag naar ambulancezorg kan het gebeuren dat alle ambulances onderweg zijn. De centralist probeert altijd hulp te sturen, dit kan ook de politie of brandweer zijn. De politie en brandweer hebben ook apparatuur in de auto om te kunnen reanimeren.
-
Hoe snel komt er een hulpverlener naar me toe? De centralist beoordeelt of het echt nodig is om hulpverleners met spoed te sturen. De meldkamer moet voorkomen dat de paraatheid hulpdiensten in gevaar komt door 'loze' of niet-spoedeisende meldingen. Soms verwijst de centralist door naar andere hulp, zoals een huisartsenpost. Ook kan de centralist via de telefoon instructies geven om directe hulp te starten, in afwachting van professionele hulpverleners. Een centralist kan bijvoorbeeld uitleggen hoe je moet reanimeren.
-
Mag een ambulance verkeersregels overtreden? Voor bestuurders van voorrangsvoertuigen, zoals politie-, ambulance- en brandweerauto's, is het belangrijk om de regels voor het gebruik van zwaailichten en sirenes goed te volgen. Deze regels helpen hen veilig en effectief te reageren op noodsituaties zonder het andere verkeer in gevaar te brengen. Meer informatie hierover vind je in de Richtlijnen gebruik optische geluidssignalen. Deze richtlijnen leggen uit wat de taken en verantwoordelijkheden zijn van zowel de meldkamer als de bestuurders.